Restgeld

(Update 16 oktober 2019)


Omdat het Ondernemersfonds SWF is opgericht op initiatief van de Ondernemers Federatie, waarin voornamelijk een handvol mensen uit met name Sneek, Bolsward en Heeg zaten, is het draagvlak vooral in deze “kernen” gemeten.

Dit resulteerde erin dat de “de Federatie” naar de gemeenteraad, in het bijzonder naar Wethouder Offinga, kon stellen dat er zogenaamd “democratisch” is gekozen voor een gemeente breed fonds door de meerderheid van de aanwezigen.

Juist de nadrukkelijke afwezigheid van gemeente breed draagvlak, de focus op de kernen van met name de oprichters van de Federatie, de belachelijk slechte communicatie vanuit de gemeente op de WOZ-beschikking hebben erin geresulteerd dat er enorme sommen restgeld zijn ontstaan.

Volgens onze becijfering, gebaseerd op cijfers van de fondsmanager zelf, moet er in theorie meer dan € 900.000 aan restgeld zijn.

Mogelijkheid opname restgeld 2016-2017

Wat wordt gepresenteerd als een prachtige mogelijkheid om alsnog over restgeld te beschikken over de jaren 2016-2017, is natuurlijk mooi, maar duiken we er dieper in dan slaat het nergens op:

Bij de start van het fonds is duidelijk bepaald dat “geld, afkomstig uit een kern, altijd gereserveerd blijft voor die kern”. Nu de sommen restgeld zijn opgelopen wordt er niet gekeken naar de redenen ervan, maar juist meer hoe het geld opgemaakt kan worden. Aangevuld met de door het fonds gecreëerde vrijbrief om “elke ondernemer met een KVK-inschrijving” te laten stemmen, zoeken dorpsbelangen precies die ondernemers op die niet betalen aan het fonds maar het natuurlijk leuk vinden als er een pot met geld naar het dorp gaan. Wie zou daar tegen zijn?

10% extra kosteninhouding over restgeld 2016-2017, naast 6%

Geheel in strijd met de afspraken die met de gemeente gemaakt zijn, meent het fondsbestuur dat door de extra werkzaamheden die de uitbetaling van de restgelden 2016-2017 met zich mee brengt, het gerechtvaardigd is een inhouding van 10% op de uitbetaalde restgelden toe te passen. Over de reeds ingehouden 6% wordt in het geheel niet gecommuniceerd, noch is het uitlegbaar welke “extra werkzaamheden” het fonds heeft verricht die de inhouding van 6% rechtvaardigen: de fondsmanager heeft immers niets met dat geld hoeven doen over de jaren dat het niet opgenomen is?

En dan nog één ding over de opname van de restgelden: elke kern moest hals over kop vóór 1 juni een besluit hebben genomen over de omgang met het restgeld/ deelname aan het fonds, waarbij het fondsbestuur coulant (!) is omgegaan met deze “heilige termijn”.

Nadat alle kernen voor 1 juli op basis van de beschikbare informatiebrieven (Kernenzonderbesluit en Kernenmetcomp) hun besluiten hebben genomen, wijzigt het fondsbestuur eigenhandig haar regels. Zij stelt nu ineens dat alle gelden onder zeer strikte voorwaarden kunnen worden opgevraagd waarbij het vrijwel onmogelijk wordt om restgelden fatsoenlijk te besteden:

Zo moeten gelden nu ineens op naam van het ondernemersfonds gesteld worden zodat het ondernemersfonds zelf de BTW kan terugvragen en deze 21% ook nog eens in de zak steken!

Ook blijkt ineens dat er niet voor de komende jaren gereserveerd mag worden.

Daarnaast wordt het de kernen verplicht om alle facturen ingediend te hebben voor 1 april 2020: leuk, als je bedenkt dat de meeste activiteiten in de zomer 2020 plaatsvinden!

Dit alles leid ertoe dat er zeer waarschijnlijk alleen maar meer geld overblijft voor de gemeente brede initiatieven, aangezien een grote meerderheid van kernen nimmer het geld vóór 1 april 2020 kunnen “opmaken”. Vanwaar sowieso de drang om vóór 1 april 2020 het geld op te maken: het was, is en blijft toch te allen tijde voor de betrokken kern? Waarom mag er nu ineens niet meer het restgeld benut worden als reservering voor komende jaren? Dat mag bij “gewone deelname” toch ook?

Is het een tweetrapsraket om zoveel mogelijk restgeld zelf te kunnen gaan besteden? Het geld was toch altijd bedoeld geweest voor de betreffende kern? En niet in de laatste plaats: het fondsbestuur heeft goedkeuring verkregen dit zo uit te voeren van alleen de vertegenwoordigers van de deelnemende kernen, terwijl het gaat over het geld van de niet-deelnemende kernen!

Voorkeurspositie Sneek

Natuurlijk vervult Sneek een belangrijke functie voor zowel het winkelende publiek en de eigen inwoners met daarnaast het toerisme. Dat de ondernemers de stad voor alle bezoekers van Sneek erg aantrekkelijk willen maken is daarom ook logisch.

Minder logisch, zelfs schandelijk, is het dat het restgeld vanuit Sneek door het oude fondsbestuur, geheel in strijd met de eigen regels, rechtstreeks is overgemaakt op rekening van de VOS in Sneek. In theorie is daarom de hoeveelheid restgeld op rekening bij het fonds veel lager, dan het zou moeten zijn.

Ondanks aangeleverd bewijs hebben zowel de Rekenkamer, als de gemeenteraad tot op heden hier niet eens naar gekeken, dan wel aantoonbaar ook maar iets mee gedaan. Sterker nog, de voortzetting van het fonds is een feit.

Stijdigheid met het gelijkheidsbeginsel

Daar waar de VOS in Sneek de restgelden 1:1 op de bankrekening bijgeschreven heeft gekregen onder aftrek van slechts 6%, ontstaat een directe strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel omdat alle kernen die nu over de restgelden 2016-2017 willen beschikken, een extra inhouding hebben van 10%. Daarnaast heeft de huidige verplichting om de “restgelden” via het ondernemersfonds te laten factureren met zich meegebracht dat de VOS in Sneek tevens BTW kan verrekenen en een een aanvullend “voordeel” heeft van de BTW-teruggaaf van 21%. Dit voordeel hebben de kernen die hun restgeld opvragen niet.

Voor de goede orde: Sneek kent een begroting van ongeveer € 200.000 per jaar, maar ontvangt in principe rond de € 375.000, onder aftrek van opgevraagde restgelden van gemiddeld € 20.000 per jaar. Dat betekent dus dat er over de periode 2016-2018 in theorie een bedrag van om en nabij de € 450.000 zomaar zonder aftrek van 10% extra “geschonken” is door het fonds?

Onbehoorlijk bestuur oude bestuursleden ondernemersfonds

Het creëren van de situatie dat financiële middelen van de rekening van het fonds naar de VOS in Sneek is gegaan, is strijdig met de eigen reglementen van het fonds. Toch is dit gebeurd en daarmee hebben de bestuursleden zich naar onze opvatting schuldig gemaakt aan “Onbehoorlijk bestuur” zoals dat in de wet duidelijk staat omschreven.

Overigens kan het bestuur van de VOS in Sneek niet worden verweten wat het oude fondsbestuur heeft toegestaan. Het verwerpelijke gedrag zit hem uitsluitend aan de zijde van de oude bestuursleden: Penningmeester van het fonds, was tevens oud penningmeester van Vereniging van Sneeker Zakenlieden; een secretaris afkomstig uit Heeg en eigenaar van een groot watersportbedrijf en daarnaast voorzitter of bestuurslid van, gechargeerd gezegd, bijna elke vereniging. De voorzitter ten slotte, kon als ex-bestuurder van een Bolwarder bedrijf in zijn rol vooral ook meepraten met de besturen van de ondernemersverenigingen in de grotere plaatsen. Los van de secretaris, kan Ondernemerscollectief SWF bij geen van de overige bestuursleden een vorm van persoonlijk gewin vaststellen. Het gaat uitsluitend om het zeer actief dienen van de eigen achterban.

Dat het nieuwe bestuur hier afstand van neemt doet hier niets aan af: een precedent is geschapen en heeft er direct toe geleid dat zowel het fondsbestuur als de gemeenteraad meenden te kunnen stellen dat het fonds een succes is!

Schuiven naar boven